12 vragen over botontkalking / Osteoporose

Het kan niet genoeg verteld worden:
20 oktober 2017  – Wereld Osteoporose Dag.

12 vragen over botontkalking

1. Wat is osteoporose?

Osteoporose, ook wel bekend als botontkalking, is een aandoening waarbij de botten zwak worden. Een bot bestaat aan de buitenkant uit een harde schaal, maar heeft aan de binnenkant een meer sponsachtige structuur. Er zit een wirwar aan staafjes en verbindingen in – het ziet eruit als een chocoladereepje van Bros – die ervoor zorgen dat het bot enige veerkracht heeft en schokken kan opvangen. Bij osteoporose is de kwaliteit van deze structuur aangetast, met als gevolg dat het bot sneller breekt dan normaal.

Iedereen, maar het komt vaker voor bij oudere mensen en bij vrouwen. In Nederland hebben ruim een miljoen mensen osteoporose. Op basis van bevolkingsgroei en vergrijzing, verwacht het RIVM dat er rond 2025 1,4 miljoen mensen met osteoporose zijn.

3. Hoe komt het?

Bot is levend weefsel dat voortdurend wordt opgebouwd en weer afgebroken door de osteoblasten (jonge beenvormende cellen) en de osteoclasten (cellen die het bot afbreken en dat afvoeren). Dit gaat ons hele leven door. In het begin is de aanmaak groter dan de afbraak. Dit duurt ongeveer tot het dertigste, vijfendertigste levensjaar als de maximale botmassa wordt bereikt. Vervolgens neemt deze massa gedurende de rest van je leven af. Er wordt weliswaar nog nieuw bot aangemaakt, maar minder dan wordt afbroken. Dit hoeft niet erg te zijn, mits er tijdens die groei-jaren maar voldoende botmassa is aangemaakt. Het is te vergelijken met een bankrekening: wie te weinig heeft gespaard, komt op een gegeven moment tekort.

4. Is het te voorkomen?

Je kunt in ieder geval zelf een aantal dingen doen om het risico te beperken. Een tekort aan botmassa kan bijvoorbeeld ontstaan bij een structureel gebrek aan calcium en vitamine D. Gevarieerde calciumrijke voeding zorgt voor gezonde botten. Aangeraden wordt minstens vier porties calciumrijke voeding als melk, kaas of yoghurt per dag te nemen. Ook bewegen is belangrijk en dan met name sporten waarbij de botten flink worden belast. Zo is hardlopen beter voor de botten dan zwemmen.

5. Wie vallen er in de risicogroep?

Vooral mensen die erfelijk belast zijn: hoe sterk de botten zijn, wordt grotendeels door erfelijke factoren bepaald. Mensen die weinig calcium binnenkrijgen en die weinig tot nauwelijks bewegen, hebben meer kans op osteoporose. Net als mensen die nooit aan zonlicht worden blootgesteld doordat ze bijvoorbeeld van top tot teen gesluierd zijn: zonlicht is nodig voor de aanmaak van vitamine D. Overigens is een kwartier daglicht per dag al voldoende bij tenminste onbedekte handen en gezicht.

Magere mensen hebben ook een grotere kans op osteoporose. Vitamine D wordt opgeslagen in onderhuids vet en wie daar te weinig van heeft, kan een tekort aan vitamine D krijgen.

Een andere risicogroep vormen vrouwen na de menopauze. Na de overgang worden er nauwelijks nog vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogeen) aangemaakt en die hormonen zijn bij vrouwen belangrijk bij het vernieuwen van het bot. Het botverlies kan daardoor na de overgang wel zes procent per jaar bedragen.

Bepaalde medicijnen slikken is eveneens een risicofactor om osteoporose te krijgen. Met name patiënten die langdurig prednison gebruiken of hebben gebruikt, moeten erop bedacht zijn. De kans om iets te breken, kan toenemen door het gebruik van geneesmiddelen die duizeligheid kunnen veroorzaken en daardoor de kans om te vallen vergroten. Tenslotte: chronische ontstekingen versnellen de botafbraak.

6. Hoe erg is het?

Osteoporose kan heel vervelende gevolgen hebben. Een onbenullig ongelukje kan al een botbreuk veroorzaken. Jaarlijks breken 83.000 mensen boven de vijftig jaar een bot door de ziekte. Meestal gaat het hier om de heup, pols of onderarm.

Naast de breuken hebben osteoporose­patiënten vaak last van rugklachten. Ruggenwervels bestaan voor een groot deel uit dat sponsachtige bot en als door osteoporose de steunfunctie van de rug is ondermijnd, is er een verhoogd risico dat de patiënt ingezakte ruggenwervels krijgt. Dat kan erg pijnlijk zijn. Bovendien komen door dit kromlopen andere organen in het gedrang, wat weer tot benauwdheid en kortademigheid kan leiden. Ook de maag, blaas en darmen kunnen door een ingezakte rug te weinig ruimte krijgen. Dit veroorzaakt pijn, belemmert patiënten in hun alledaagse bezigheden en tast de kwaliteit van leven aan.

7. Is het levensbedreigend?

Indirect wel. De organen kunnen slechter gaan functioneren als de rug is doorgezakt. Ook kunnen complicaties bij de operatie van een breuk problemen opleveren (denk aan infecties) en kunnen mensen na een breuk minder mobiel worden, wat de gezondheid kan aantasten. 25 procent van de mensen overlijdt in het eerste jaar na een gebroken heup. Nog eens 25 procent is na de breuk significant slechter af dan daarvoor, bijvoorbeeld door mobiliteitsproblemen.

8. Hoe weet je of je osteoporose hebt?

De betrouwbaarste manier: een botmassa­meting laten doen. Vervelend genoeg zijn artsen vaak niet zo alert op osteoporose. Zelfs als iemand met een breuk in het ziekenhuis belandt, wordt lang niet altijd gekeken hoe het met de botmassa gesteld is. Aan de andere kant: de laatste jaren openen steeds meer ziekenhuizen een val- en osteoporosepolikliniek met als doel nieuwe botbreuken te voorkomen.

9. Waarom is vroege diagnose zo belangrijk?

Omdat je dan kunt proberen de kans op een (volgende) breuk te verkleinen. Osteoporose is niet te genezen, omdat het lichaam geen nieuw bot meer aanmaakt na het 30ste à 35ste levensjaar. Maar het afbraakproces van het bot is wel te vertragen, met medicijnen. Zo kun je dus voorkomen dat het snel erger wordt. Extra calcium en vitamine D nemen en meer bewegen helpen ook.

10. Wat voor medicijnen zijn er?

Sommige medicijnen, de bisfosfonaten, gaan de werking van de osteoclasten, de botafbrekers, tegen. Andere medicatie stimuleert de aanmaak van nieuw bot. Niet zo veel dat ze het verdwenen bot vervangen, maar wel meer dan de patiënt zonder medicijnen zou aanmaken.

11. Hoe goed helpen die medicijnen?

In principe goed, maar de patiënt moet ze wel blijven slikken. Helaas is de therapietrouw bij patiënten met osteoporose erg laag. Maar liefst vijftig procent van de patiënten stopt na een jaar met het innemen van de medicijnen. Het probleem is dat je niet meteen merkt of de medicijnen werken en daardoor wordt iemand al snel wat laks. Osteoporosemedicijnen worden maximaal vijf jaar gebruikt en het duurt vaak lang voor er een meetbaar effect is. Nieuw bot aanmaken gaat immers (nog) niet, je kunt alleen na een langere periode zien dat de afbraak door de middelen is vertraagd.

Wie moeite heeft de medicijnen te blijven nemen, kan bijvoorbeeld bij de apotheek terecht voor begeleiding. Bij behandeling in het ziekenhuis op een speciale osteoporose­polikliniek, kan u door de osteoporoseverpleegkundige en de arts optimaal worden geholpen. Degene na de diagnose goed wordt begeleid, is vaak trouwer in het slikken van de medicatie. Overigens zijn er tegenwoordig ook geneesmiddelen die je wekelijks of maandelijks tot je kan nemen — of zelfs eens per jaar, via een infuus.

12. Waar kun je terecht voor meer informatie?

De Osteoporose Vereniging (OV) is een belangenvereniging voor mensen met osteoporose en sinds 1993 actief. Op de website www.osteoporosevereniging.nl staat veel informatie. Telefonisch is de vereniging te bereiken van maandag tot en met donderdag van 09.00 uur tot 13.00 uur via 070-8200611.

Met dank aan dr. Niek Valk (internist-endocrinoloog Rode Kruis Ziekenhuis Beverwijk) en Ton Boermans (huisarts, gespecialiseerd in osteoporose).

 

Bron: gezondheidsnet.nl

Facebook Comments
X