Diagnose, onderzoeken

Een botbreuk kan betekenen dat je osteoporose hebt.  Dan ben je niet uniek, want in Nederland hebben ruim 900.000 mensen ( vrouwen EN mannen ) osteoporose. De aandoening wordt meestal pas ontdekt na een botbreuk, tenminste als je een alerte zorgverlener hebt.

Formeel dienen ziekenhuizen dit onderzoek aan te bieden bij iedere 50-plusser, die iets breekt! ( maar helaas gebeurt dit veel te weinig)

Je kunt daarom ook zelf om een onderzoek vragen. ( 50+ en een breuk) De kans dat u opnieuw iets breekt, is na een 1e botbreuk erg groot en de volgende breuk is wellicht minder onschuldig.

Er zijn 4 diagnostische stappen vastgelegd in de richtlijn:

  1. Meten van botdichtheid met een DEXA.
  2. Controle op wervelbreuken, met een VFA of röntgenopname.
  3. Laboratorium onderzoeken.
  4. Valrisico analyse

Elke stap is belangrijk om je risico te bepalen en welk persoonlijk advies bij je past.

Stap 1. Meten van botdichtheid, DEXA-scan

Botdichtheid/botmassa is eenvoudig vast te stellen door een DEXA-scan (botdichtheidsmeting). Deze scanners zijn in vrijwel ieder ziekenhuis en in sommige diagnosecentra aanwezig. Hierbij wordt de hoeveelheid mineralen in het bot (botdichtheid of botmassa) van de heup en wervels gemeten. Het gebeurt met een soort röntgenapparaat, maar de straling waaraan u tijdens het onderzoek wordt blootgesteld is erg laag. Het onderzoek duurt ongeveer 5 tot 10 minuten.

De botdichtheid wordt uitgedrukt in de T-score. Hoe lager de botdichtheid hoe groter de kans op een botbreuk:

T-score tussen de +1 en -1: er is geen probleem.
T-score tussen de -1 en -2,5: osteopenie (verminderde botmassa)
T-score -2,5 of lager: osteoporose

 Stap 2. VFA, controle op wervelfracturen

Een moderne DEXA scanner kan meestal ook een VFA opname maken. Belangrijk !
Dat is een (laag vermogen) röntgenopname van alle ruggenwervels. De software bepaald meestal automatisch of er sprake is van wervelbreuken/ingezakte wervels.
Als er al een recente röntgenfoto van van de hele ruggengraat beschikbaar is kan dit eventueel worden gebruikt. Maar er is een grote voorkeur voor een VFA opname omdat deze een veel lagere stralingsbelasting heeft.

Stap 3. Laboratoriumonderzoeken

Afhankelijk van risicoanalyse en onderzoek zal de arts een aantal extra onderzoeken starten. Daarmee zoekt men naar event

uele onderliggende oorzaken voor osteoporose.
Een bloedonderzoek maakt meestal onderdeel uit van deze onderzoeken en toont aan of je voldoende vitamine D en calcium beschikbaar hebt.. Vitamine D zorgt ervoor dat het lichaam calcium op kan nemen. Calcium is namelijk een belangrijke bouwstof voor de botten.
Vitamine D heeft ook invloed op de spierkracht: met sterke spieren neemt het risico op vallen af.
Maar ook andere onderzoeken (bloed en/of urine) kunnen deel uitmaken van de set onderzoeken.

Stap 4. Valrisico analyse

De combinatie van lichamelijk onderzoek, laboratoriumonderzoek en een serie persoonlijke vragen komt bij elkaar in een valrisico analyse. Met een korte vragenlijst zal de arts of verpleegkundige je persoonlijke valrisico in kaart brengen.

Een goede diagnose bestaat dus echt uit deze 4 stappen. Hiermee is je persoonlijke situatie goed in beeld gebracht en kun je een compleet behandeladvies verwachten gebaseerd op je persoonlijke situatie.

Je kunt natuurlijk ook zelf aandacht vragen voor een onderzoek naar osteoporose en eventuele behandeling.
Klik hier voor de risicotest.

X