
“Ik moet vaak `nee’ zeggen”
Toen eindelijk werd ontdekt dat Jolanda van de Maat (63) ernstige osteoporose had, was ze maar liefst 17 centimeter korter geworden. De osteoporose heeft een grote impact, “maar ik probeer vooral te kijken naar wat er nog wel is.“
“Ik was al bekend met de ziekte van Bechterew, een vorm van ontstekingsreuma,” vertelt Jolanda. “Daardoor had ik wel beperkingen, maar ik fietste nog, kon de kleinkinderen optillen.” Dat veranderde toen ze langzamerhand steeds krommer werd en ook steeds meer pijn kreeg. Bij de huisarts en de reumatoloog kreeg ze geen gehoor. “Wanhopig heb ik contact gezocht met een rugpoli. Ik kon bijna niet meer lopen van de pijn. Daar ontdekten ze dat ik een aantal wervelbreuken had als gevolg van osteoporose.”
Veranderd uiterlijk
Vroeger was Jolanda 1.72 meter, maar door de wervelbreuken kromp ze binnen zes weken naar 1.55 meter. Een korter lichaam betekent ook minder ruimte voor de organen. “Die moesten in mijn buik een nieuw plekje krijgen, waardoor ik nu een dikke buik heb.” Naast haar veranderde uiterlijk, heeft Jolanda ook te maken met pijn en vooral met de enorme impact van de osteoporose op haar leven. “Ik heb bij veel dingen hulp nodig, kan niet meer zelfstandig op mijn kleinkinderen passen. Ik slaap in een speciale stoel, omdat ik niet languit kan liggen. Vaak moet ik ‘nee’ zeggen omdat ik te weinig energie heb.
Caravan met een liftje
Ja, natuurlijk is ze weleens negatief en boos, zegt ze. “Maar ik probeer toch vooral te kijken naar wat er nog wel is. Zo geniet ik enorm als ik met een goed boek lekker buiten zit in mijn stoel. En ik ga weer kamperen! Dat miste ik echt heel erg. Maar nu hebben mijn man en ik een caravan gekocht die een liftje van de grond naar de ingang heeft, zodat ik op die manier naar binnen kan. En bovendien is de caravan extra breed, dan kan ik daar gewoon met mijn rollator uit de voeten. Ik verheug me erg op onze eerste lange weekend met die caravan.”
Mooie pumps
Ook helpt het dat ze lieve mensen om zich heen heeft. “Mijn man, kinderen, vrienden en familie. Maar ook mensen die ik niet eens kende. Toen een van mijn dochters ging trouwen, vond ik het heel erg dat ik daar met mijn aangepaste schoenen zou zitten. Mijn zusje heeft toen bij een schoenenwinkel mijn probleem voorgelegd. Daar reageerden ze zo aardig: ik mocht mooie pumps lenen voor de trouwdag. Die kon ik even aan bij de ceremonie, omdat ik toen zat en niet hoefde te lopen. Ik voelde me echt de moeder van de bruid. Voor mij geldt nu: niet alleen kijken naar wat er niet kan, maar vooral kijken naar wat nog wel kan. Al dan niet met hulp.”

