Skip to content

“De mentale impact, daar vragen artsen niet naar”

Sinds Hanneke Langenhuizen (70) twee jaar geleden een wervelbreuk opliep, is haar leven volledig veranderd. “Ik vind het heel moeilijk te accepteren dat er veel dingen zijn die ik niet meer kan.”

De diagnose osteoporose had Hanneke al sinds haar 50e, maar eigenlijk ging het heel lang goed met haar botten. Tot twee jaar geleden een van haar wervels brak. “Ik heb heel veel pijn gehad, en ook nu heb ik nog elke dag pijn. Na drie uur ’s middags is mijn energie dan ook op. Soms schiet mijn rug in een kramp. Dan ik niet lopen, niet zitten, niet bewegen. Daar word ik weleens wanhopig van,” vertelt ze. Het stoort haar dat veel artsen bij de behandeling van osteoporose maar weinig aandacht hebben voor de grote psychische impact van de ziekte. “Daar vragen artsen niet naar,” zegt ze.

Rug op slot

“Ik hield altijd enorm van sporten, ik liep marathons, was een fanatiek skiër. Dat kan nu niet meer, en dat vind ik heel erg. Bewegen, buiten zijn, intensief sporten, dat hoorde gewoon bij me.” De beperkingen vallen haar zwaar. “Als ik ga shoppen heb ik een rolstoel nodig, want ik kan niet lang staan. Fietsen kan ik wel, maar alleen korte afstanden, en ik ben onderweg altijd bang dat ik opeens niet meer verder kan doordat mijn rug op slot gaat. Ik kan niet meer in de tuin werken. Mijn huishouden kan ik niet meer doen, alleen nog wat klusjes met hulp van mijn man.” En doordat haar figuur niet echt veranderd is na de wervelbreuk, zien mensen niet wat er aan de hand is. “Soms ziet iemand mij het ene moment in een rolstoel, terwijl ik het volgende moment langs kom fietsen. Het is lastig om dat dan uit te leggen.”

Toch sporten

“Eigenlijk zijn er twee Hanneke’s: een Hanneke die ik was, en een Hanneke die niets meer kan. En die twee Hanneke’s hebben grote ruzie met elkaar. Zo ervaar ik dat.” Toch heeft ze ook een manier gevonden om beter met de situatie om te gaan. Wat daar erg bij helpt, is dat ze toch weer kan sporten. “Ik ga twee keer in de week zwemmen in een zwembad met verwarmd water. Daar doe ik dan in een groep allerlei oefeningen. Een verademing, in het warme water heb ik bijna geen pijn en zijn allerlei bewegingen weer mogelijk.” En er was ook een verrassing: “Ik blijk ook te kunnen padellen, dat had ik nooit gedacht. Ik moet natuurlijk opletten dat ik geen gekke dingen doe, maar ik vind het heerlijk, dan ben ik echt aan het sporten.”