Skip to content

Mantelzorgen terwijl je zelf osteoporose hebt

“Eigenlijk ben ik doorlopend moe.” Klazien van de Kuinder heeft osteoporose en is mantelzorger voor haar man met Parkinson.

“De mantelzorg voor mijn man valt me zwaar, ook omdat ik zelf wervelbreuken heb als gevolg van osteoporose”, vertelt Klazien van de Kuinder (76). Tweeënhalf jaar geleden werd bij haar man de ziekte van Parkinson vastgesteld. Zelf maakte ze in december 2022 een dag mee die ze haar “leven niet meer zal vergeten”. Bij het ramen wassen knapte er iets in haar rug. Osteoporose, was de diagnose in het ziekenhuis. “De pijn was vreselijk,” zegt ze. En hoewel het nu wat beter te doen is, heeft ze nog steeds elke dag pijn.

Huishouden
“Door de ziekte van mijn man kan hij niets in het huishouden doen, alles komt op mij neer,” zegt ze. Bij Parkinson hoort onder meer dat mensen stijver en langzamer gaan bewegen en vaker vallen. Klazien zegt: “Mijn man laat veel dingen vallen en knoeit met het eten. Dat moet allemaal opgeruimd worden. We hebben wel voor 2,5 uur per week een huishoudelijke hulp, maar dat is eigenlijk veel te weinig. Ik moet nog steeds veel zelf doen. Ook is het al een paar keer voorgekomen dat mijn man viel. Ik kan hem dan niet helpen met opstaan, gelukkig lukt het hem tot nu toe om via zijn knieën overeind te komen.”

Alarminstallatie
Ze legt uit: “Door de constante pijn in mijn rug heb ik minder energie, en als ik even ga zitten in mijn aangepaste stoel, val ik vaak direct in slaap. Eigenlijk ben ik doorlopend moe.” Het is niet alleen de fysieke mantelzorg die haar zwaar valt. Ook mentaal trekt de ziekte van haar man een zware wissel. “Als ik zelf eens iets leuks doe, ben ik toch altijd met hem bezig. Zal het wel goed gaan? denk ik dan.” Daarom laten Klazien en haar man nu een alarminstallatie installeren. Als haar man dan valt, kan hij een noodknop indrukken om zo hulp in te schakelen.

Veldbloemen
De hele situatie valt haar zwaar, ook omdat ze vaak “wakend slaapt”, zoals ze zelf zegt: gedurende de nacht is ze steeds alert of het wel goed gaat met haar man. Des te belangrijker zijn de fijne dingen, die koestert ze. “Door mijn aandoening moet ik veel lopen en dat doe ik dan ook. Altijd heb ik een tangetje bij me om te plukken in de natuur: takken in het bos, veldbloemen in de berm. Daar maak ik prachtige boeketten van. Gelukkig is dat plukken hier in de gemeente toegestaan. Ook ben ik heel blij met mijn driewielfiets. Daarmee ga ik zingend de natuur in.”